Op deze website vindt u tips en trucs over wat u als individu of als groep kunt doen om mooie en economisch of technisch nog goed te gebruiken gebouwen te behouden voor de toekomst. En u vindt informatie over hoe u op kunt komen voor het waardevolle landschap en het monumentaal groen om u heen.

Onze omgeving verandert voortdurend van uiterlijk en functie. Verval, sloop en (ver)nieuwbouw zorgen dat na verloop van tijd het oude plaats maakt voor nieuwe dingen. Maar niet alles van waarde is weerloos. De dimensie van het verleden blijft omwille van de schoonheid, de uitstraling, de status en de verbondenheid met een bepaald verleden zichtbaar. Daarom is het belangrijk dat er een beweging is die waardevolle gebouwen en landschappen koestert en zorgvuldig beheert. Hoe? Door telkens weer uit te leggen dat het belangrijk is om op te komen voor het culturele erfgoed. Geen middel is zo krachtig als dat mensen als bewoners of gebruikers de pleitbezorgers van het lokale erfgoed zijn en met hun verhaal anderen inspireren. De website Let op je Erfgoed biedt je de helpende hand om zelf of gezamenlijk aan de slag te gaan met de bescherming van het culturele erfgoed.


In de achtertuin van Heumen en Malden bouwen Belgen, Nederlanders, Polen en Portugezen aan een keersluis in het Maas-Waalkanaal. In februari 2013 wordt de sluis, die nu al als een ‘landmark’ tot in de verre omtrek zichtbaar is, officieel in gebruik genomen.  De publicatie ‘Keersluis Heumen’ vertelt het bijzondere verhaal over de aanleg van de sluis. Veel foto’s en interviews brengen de mens achter de techniek in beeld en richten de spotlights op de omgeving en de aanwonenden van het kanaal.

Er is niet simpelweg gegraven en beton gestort. Rijkswaterstaat en hoofdaannemer Besix staken veel aandacht in samenwerking en overleg met direct betrokkenen. Bijvoorbeeld met de gemeente Heumen, de vereniging ‘Bos en Kuil’ en het wijkplatform Hoogenhof. ‘Keersluis Heumen’ laat hen aan het woord. Voelen zij zich gehoord? Zijn hun adviezen gebruikt?

Economie en ‘de natuur’
De nieuwe keersluis maakt tweerichtingsverkeer in het sluiscomplex mogelijk. Wachttijden zijn voorbij en straks varen meer schepen, met meer vracht, door de sluizen. Dat is goed voor de economie. Maar geldt dat ook voor de natuur? Door de bril van Rijkswaterstaat, bouwers en natuurbeheerders beschrijft ‘Keersluis Heumen’ de spanning tussen economie en ecologie.

Korting bij voorinschrijving!
‘Keersluis Heumen’ is een publicatie van Inge Hondebrink (fotografie), Gerrit Jagt (tekst & eindredactie) , Wilbert Kruijsen (fotografie) en Robbert Zweegman (vormgeving). De publicatie verschijnt in februari 2013. De winkelprijs is € 29,50.

Voor informatie gaat u naar  www.boeksluisheumen.nl.

Keersluis Heumen, copyright Inge Hondebrink

Keersluis Heumen, copyright Inge Hondebrink



 

SAMENWERKING GEMEENTE EN ERFGOEDPLATFORM KRIJGT VORM

De gemeente Heumen en het Erfgoedplatform zijn een samenwerking gestart op het gebied van rood en groen erfgoed. Over de vorm en inhoud van de samenwerking vond op 12 februari een overleg plaats. Gelders Erfgoed en het Gelders Genootschap namen ook deel aan het overleg.

groepsfoto-2012-02-13

Van links naar rechts:
Michel Geerts (Platform) , Ben Boersema (Platform), Henk van den Berg (wethouder), Liesbeth Tonckens (Gelders Erfgoed), Harrie Joosten (Platform), George Derks (Platform), Jette Jansen (Gelders Erfgoed), Gerard Derks (Gelders Genootschap), Anneke Meijsen (Platform), Walter Elemans (Gemeente), Werner Weijkamp (Gelders Genootschap)

Over een reeks van onderwerpen zijn afspraken gemaakt die in vervolgbijeenkomsten verder worden uitgewerkt: opzet van de nota erfgoed, taakverdeling gemeente en erfgoedplatform, participatie van de inwoners, rol van de externe deskundigen.
Het platform stelt twee werkgroepen in. De Werkgroep Groen Ruimtelijk Erfgoed is al begonnen. Leden zijn Anneke Meijsen, Cees Elsten, Jan Paul van Bevoort en Harrie Joosten. De Werkgroep Rood Erfgoed wordt binnenkort samengesteld.
De eerste stap zal bestaan uit de inventarisatie van het Heumense groene en rode erfgoed. Naar verwachting worden de inwoners van Heumen in maart gevraagd mee te werken aan de inventarisatie.


Doel.
Volgend jaar, 2012, is uitgeroepen tot het Jaar van de Historische Buitenplaats. Het doel van het themajaar is de belangrijke culturele waarden die buitenplaatsen vertegenwoordigen bij een groot publiek bekend te maken. Door meer aandacht wordt breder draagvlak voor het behoud van dit belangrijke Nederlandse culturele erfgoed  gecreëerd.

Historie.
Ooit was de buitenplaats een belangrijk fenomeen en belichaamden zij vooral (maar niet alleen) in de huidige Randstad een bijzondere band tussen stad en land. In voorbije eeuwen telde Nederland vermoedelijk zesduizend of meer grote en kleine buitenplaatsen. Hiervan resteert nu nog slechts 10%. Deze circa  600 buitenplaatsen zijn in alle provincies te vinden.

Een buitenplaats is een monumentaal huis, vaak met bijgebouwen, dat een harmonieus en onlosmakelijk geheel vormt met een omliggende tuin of park. In heel Nederland, vooral in het midden en westen, bouwden gefortuneerde stedelingen hun buitenplaatsen tussen 1600 en 1900 in het omringende landelijk buitengebied.

In het noordelijk, oostelijk en zuidelijk deel van Nederland vonden parallelle ontwikkelingen plaats. Hier komen buitenplaatsen soms voort uit oudere fortificaties (borgen, states en havezaten) of ontwikkelden zij zich uit landgoederen

Op buitenplaatsen recreëerde men vooral. Dit gebeurde natuurlijk ook op de  grote landgoederen in Oost-Nederland maar hier was en is de instandhouding van de vaak uitgestrekte landerijen het hele jaar rond een dagelijkse bezigheid. Men moet hierbij denken aan pachtboerderijen, bosbeheer, verpachte landbouwgronden en soms ook locale politieke en sociale taken.

Regio Nijmegen.
In onze (wijde) regio zijn de volgende officieel geregistreerde buitenplaatsen (volgens de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed):

  • Brakkenstein, Nijmegen
  • Huis Oosterhout, Nijmegen
  • Huis Hemmen, Hemmen (bij Zetten)
  • Huis te Horssen, Horssen
  • Slot Doddendael, Ewijk
  • Huis te Leur, Leur
  • Huis te Loinen (Loenen), Slijk-Ewijk
  • Jachtslot Mokerheide, Molenhoek
  • Ossenbroek, Beers
  • Russendael, Langenboom

Zie verder het overzicht en de kaart op de site. Er is ook nog een apart overzicht, per provincie, van de huizen die ook toegankelijk zijn. De meeste daarvan in Gelderland!

Activiteiten
In het Jaar van de Historische Buitenplaats 2012 wordt een groot aantal activiteiten georganiseerd, door de stichting zelf, maar ook door buitenplaatsen, musea en verenigingen die geïnteresseerd zijn in ons cultureel erfgoed.

Anneke Meijsen, november 2011


 

DE MUNNIKHOF OP WORSUM
KLOOSTERBOERDERIJ VAN BENEDICTIJNER MONNIKEN OF CISTERCIËNZER NONNEN?

Onder deze titel heeft de Werkgroep Historie Worsum een publicatie uitgebracht over de historie van de monumentale boerderij ‘De Munnikhof’ op Worsum. De publicatie is te vinden onder de rubriek Historie bij de Werkgroep Historie Worsum.

MunnikhofSamenvatting
De zoektocht naar de oorsprong van de Munnikhof was ingewikkeld vanwege onduidelijkheden over de rol van twee kloosterorden die allebei actief waren in Overasselt. Dat waren de Benedictijnen van St. Valéry in Frankrijk en de Cisterciënzerinnen van Graefenthal bij Kessel in Duitsland. Beide orden hadden op in Overasselt boerderijen en landbouwgrond.
Na bestudering van publicaties en oorkonden, en met de medewerking van Drs. B. Thissen (archief Kleve), komen we tot de conclusie dat de Munnikhof tot het bezit hoorde van de Cisterciënzerinnen van Graefenthal.
Al vroeg in de Middeleeuwen worden de Benedictijnen actief in Overasselt. Dat begon al in de 9de eeuw. De Cisterciënzerinnen kregen hun eerste bezittingen pas in de 13de eeuw.
Al vóór 876 kreeg St. Valéry gronden in Overasselt van de Frankische vorst Lodewijk II de Duitser. Vóór 952 had Overasselt al een priorij. De priorij  stond op de plek van de ruïne van de St. Walrikkapel. De monniken bouwden de kerk van Overasselt (nu NH kerkje) met de kosterij. Ze bezaten ook de nabijgelegen boerderij ‘De Poel’. De priorijgoederen werden van 952 tot 1550 door de monniken zelf beheerd. Daarna kwam het beheer tot 1617 in handen van de Cisterciënzerinnen van de abdij Graefenthal bij Asperden/Goch. Deze zusterorde bezat in Overasselt veel grond en tenminste drie boerderijen: de Munnikhof, Heidsche Hof en de Ewijksche Hof.
Met de reformatie kwam er in 1643 een einde aan de kloostergoederen. Deze gingen achtereenvolgens over naar de protestantse adellijke families Van Randwijck, Van der Molen, Ten Hove en Munter. In 1852 werden de voormalige kloostergoederen particulier eigendom. De Munnikhof werd gekocht door de familie Vink en in 1879 verkocht aan de familie Jacobs. De huidige eigenaar en bewoner is Jan Jacobs.