SAMENWERKING GEMEENTE EN ERFGOEDPLATFORM KRIJGT VORM

De gemeente Heumen en het Erfgoedplatform zijn een samenwerking gestart op het gebied van rood en groen erfgoed. Over de vorm en inhoud van de samenwerking vond op 12 februari een overleg plaats. Gelders Erfgoed en het Gelders Genootschap namen ook deel aan het overleg.

groepsfoto-2012-02-13Van links naar rechts: Michel Geerts (Platform) , Ben Boersema (Platform), Henk van den Berg (wethouder), Liesbeth Tonckens (Gelders Erfgoed), Harrie Joosten (Platform), George Derks (Platform), Jette Jansen (Gelders Erfgoed), Gerard Derks (Gelders Genootschap), Anneke Meijsen (Platform), Walter Elemans (Gemeente), Werner Weijkamp (Gelders Genootschap)

Over een reeks van onderwerpen zijn afspraken gemaakt die in vervolgbijeenkomsten verder worden uitgewerkt: opzet van de nota erfgoed, taakverdeling gemeente en erfgoedplatform, participatie van de inwoners, rol van de externe deskundigen.
Het platform stelt twee werkgroepen in. De Werkgroep Groen Ruimtelijk Erfgoed is al begonnen. Leden zijn Anneke Meijsen, Cees Elsten, Jan Paul van Bevoort en Harrie Joosten. De Werkgroep Rood Erfgoed wordt binnenkort samengesteld.
De eerste stap zal bestaan uit de inventarisatie van het Heumense groene en rode erfgoed. Naar verwachting worden de inwoners van Heumen in maart gevraagd mee te werken aan de inventarisatie.


Doel.
Het jaar 2012 is uitgeroepen tot het Jaar van de Historische Buitenplaats. Het doel van het themajaar is de belangrijke culturele waarden die buitenplaatsen vertegenwoordigen bij een groot publiek bekend te maken. Door meer aandacht wordt breder draagvlak voor het behoud van dit belangrijke Nederlandse culturele erfgoed  gecreëerd.

Historie.
Ooit was de buitenplaats een belangrijk fenomeen en belichaamden zij vooral (maar niet alleen) in de huidige Randstad een bijzondere band tussen stad en land. In voorbije eeuwen telde Nederland vermoedelijk zesduizend of meer grote en kleine buitenplaatsen. Hiervan resteert nu nog slechts 10%. Deze circa  600 buitenplaatsen zijn in alle provincies te vinden.

Een buitenplaats is een monumentaal huis, vaak met bijgebouwen, dat een harmonieus en onlosmakelijk geheel vormt met een omliggende tuin of park. In heel Nederland, vooral in het midden en westen, bouwden gefortuneerde stedelingen hun buitenplaatsen tussen 1600 en 1900 in het omringende landelijk buitengebied.

In het noordelijk, oostelijk en zuidelijk deel van Nederland vonden parallelle ontwikkelingen plaats. Hier komen buitenplaatsen soms voort uit oudere fortificaties (borgen, states en havezaten) of ontwikkelden zij zich uit landgoederen

Op buitenplaatsen recreëerde men vooral. Dit gebeurde natuurlijk ook op de  grote landgoederen in Oost-Nederland maar hier was en is de instandhouding van de vaak uitgestrekte landerijen het hele jaar rond een dagelijkse bezigheid. Men moet hierbij denken aan pachtboerderijen, bosbeheer, verpachte landbouwgronden en soms ook locale politieke en sociale taken.

Regio Nijmegen.
In onze (wijde) regio zijn de volgende officieel geregistreerde buitenplaatsen (volgens de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed):

  • Brakkenstein, Nijmegen
  • Huis Oosterhout, Nijmegen
  • Huis Hemmen, Hemmen (bij Zetten)
  • Huis te Horssen, Horssen
  • Slot Doddendael, Ewijk
  • Huis te Leur, Leur
  • Huis te Loinen (Loenen), Slijk-Ewijk
  • Jachtslot Mokerheide, Molenhoek
  • Ossenbroek, Beers
  • Russendael, Langenboom

Zie verder het overzicht en de kaart op de site. Er is ook nog een apart overzicht, per provincie, van de huizen die ook toegankelijk zijn. De meeste daarvan in Gelderland!

Activiteiten
In het Jaar van de Historische Buitenplaats 2012 wordt een groot aantal activiteiten georganiseerd, door de stichting zelf, maar ook door buitenplaatsen, musea en verenigingen die geïnteresseerd zijn in ons cultureel erfgoed.

Anneke Meijsen, november 2011


 

DE MUNNIKHOF OP WORSUM
KLOOSTERBOERDERIJ VAN BENEDICTIJNER MONNIKEN OF CISTERCIËNZER NONNEN?

Onder deze titel heeft de Werkgroep Historie Worsum een publicatie uitgebracht over de historie van de monumentale boerderij ‘De Munnikhof’ op Worsum. De publicatie is te vinden onder de rubriek Historie bij de Werkgroep Historie Worsum.

MunnikhofSamenvatting
De zoektocht naar de oorsprong van de Munnikhof was ingewikkeld vanwege onduidelijkheden over de rol van twee kloosterorden die allebei actief waren in Overasselt. Dat waren de Benedictijnen van St. Valéry in Frankrijk en de Cisterciënzerinnen van Graefenthal bij Kessel in Duitsland. Beide orden hadden op in Overasselt boerderijen en landbouwgrond.
Na bestudering van publicaties en oorkonden, en met de medewerking van Drs. B. Thissen (archief Kleve), komen we tot de conclusie dat de Munnikhof tot het bezit hoorde van de Cisterciënzerinnen van Graefenthal.
Al vroeg in de Middeleeuwen worden de Benedictijnen actief in Overasselt. Dat begon al in de 9de eeuw. De Cisterciënzerinnen kregen hun eerste bezittingen pas in de 13de eeuw.
Al vóór 876 kreeg St. Valéry gronden in Overasselt van de Frankische vorst Lodewijk II de Duitser. Vóór 952 had Overasselt al een priorij. De priorij  stond op de plek van de ruïne van de St. Walrikkapel. De monniken bouwden de kerk van Overasselt (nu NH kerkje) met de kosterij. Ze bezaten ook de nabijgelegen boerderij ‘De Poel’. De priorijgoederen werden van 952 tot 1550 door de monniken zelf beheerd. Daarna kwam het beheer tot 1617 in handen van de Cisterciënzerinnen van de abdij Graefenthal bij Asperden/Goch. Deze zusterorde bezat in Overasselt veel grond en tenminste drie boerderijen: de Munnikhof, Heidsche Hof en de Ewijksche Hof.
Met de reformatie kwam er in 1643 een einde aan de kloostergoederen. Deze gingen achtereenvolgens over naar de protestantse adellijke families Van Randwijck, Van der Molen, Ten Hove en Munter. In 1852 werden de voormalige kloostergoederen particulier eigendom. De Munnikhof werd gekocht door de familie Vink en in 1879 verkocht aan de familie Jacobs. De huidige eigenaar en bewoner is Jan Jacobs.


Rene van Hoften woonde tussen 1995 en 2003 op de Maasdijk in Nederasselt, naast het dijkmagazijn. In die periode is hij begonnen met het achterhalen van de geschiedenis van de veerpont tussen Grave en Nederasselt. Tijdens de Open Monumentendag op 11 september 2016 zal hij zijn bevindingen publiceren in een boekje onder de titel "Het Veer van Grave naar Nederasselt 1381-1929, De Turbulente geschiedenis van de belangrijkste Maasoversteek tussen Brabant en Gelderland".

Bent u geïnteresseerd in het boekje, neem dan per mail contact op met Rene.vanHoften(at)han.nl


rooijakkersOp 25 juni 2011 overleed op 81-jarige leeftijd Gerard Rooijakkers in zijn woonplaats Overasselt.


Rooijakkers was afkomstig uit het Brabantse Gemert. In 1965 trad hij in dienst van de voormalige gemeente Overasselt als ambtenaar belast met Bouw- en Woningtoezicht en Openbare Werken. Ook na de gemeentelijke herindeling bleef hij werkzaam bij de nieuwe gemeente Heumen tot zijn pensionering in 1995.
Buiten zijn professionele taakvervulling was hij actief betrokken bij de Overasseltse gemeenschap. Hij was onder meer lange tijd commandant van de vrijwillige brandweer, lid van het R.K. schoolbestuur, archivaris van de parochie, lid van de harmonie, adviseur van museum ‘De Garstkamp’ en lid van het koor St. Cecilia.
Binnen zijn ambtelijke taak lag het monumentenbeleid hem zeer na aan het hart. Aanvankelijk betrof dat allen de Rijksmonumenten. Later kwamen daar ook de Gemeentelijke monumenten bij. De uitvoering van het monumentenbeleid werd na de samenvoeging van Overasselt en Heumen in 1980 één van zijn belangrijkste taken.
Vanaf zijn aantreden in de gemeente Overasselt, ontwikkelde het locale historisch onderzoek zich geleidelijk tot één van zijn favoriete hobby’s. Hij deed hierbij een aantal interessante prehistorische vondsten. Daarnaast realiseerde hij een bijna complete kaart met perceelsnamen van het grondgebied van de voormalige gemeente Overasselt. Verschillende van deze toponiemen zijn weer gebruikt als straatnamen. Door zijn grote kennis van het historisch erfgoed van deze streek werd hij gevraagd lid te worden van het bestuur van de “Historische Vereniging Tweestromenland”.  In de jaren zeventig nam Rooijakkers het initiatief tot de oprichting van de “Historische Werkgroep Overasselt”. Door deze werkgroep zijn onder meer een tweetal publicaties tot stand gekomen: “De geschiedenis van de Maasdorpen Overasselt, Nederasselt en Balgoy-Keent” (1978) en “Een Eeuwfeest rond St. Antonius Abt, een geschiedkundig overzicht van de R.K. parochies Overasselt en Nederasselt” (1991). Hij was verder een dragend lid van de “Werkgroep Historie Worsum”. Enkele jaren na zijn pensionering in 1995 werd Rooijakkers benoemd tot “Lid van de Orde van Oranje Nassau” voor zijn vele verdiensten.
Ondanks een slopende ziekte is hij enthousiast zijn grote hobby blijven koesteren. Hij werd dragend lid van de Werkgroep Historie Worsum. In november jl. nog voltooide hij zijn bijdrage aan een Gelderse cultuurhistorische fietsroute met 2 fietsroutes in de gemeente Heumen. Met zijn dood verliest de gemeente een sympathieke en bescheiden inwoner die een belangrijke rol heeft gespeeld bij het blootleggen en veiligstellen van ons historisch erfgoed.


Tekst: Wim Kuijpers



facebook_page_plugin