WANDELING #1 - RODE ROUTE

01


Start en eindpunt: Museum De Lage Hof. In dit agrarisch museum is een gezellig lunch café gevestigd. Er naast ligt sinds 2013 een zorgcentrum. De Lage Hof was voorheen een grote boerderij die al in een akte van 1677 wordt genoemd. In de “mooie kamer” van de boerderij was lange tijd een filiaal van de Boerenleenbank gevestigd. Café, zorgcentrum en museum heten samen De Buurderij.

02


Op de kruising van de Kasteelsestraat met de Hoogstraat stond vroeger een huis genaamd “De Loer”. De strategische ligging met uitzicht in alle richtingen heeft hier kennelijk de volkshumor geïnspireerd. Nog wel aanwezig zijn etablissement De Zon, in de 19e eeuw ook al bekend als café en koffiehuis, en “De Wissel”, voorheen de lagere school van het dorp (vanaf 1881).

03


De aan Sint Anthonius Abt (die “met het varken”, zie beeld aan de voorgevel) gewijde Rooms-Katholieke kerk is in 1891 gebouwd naar ontwerp van architect C. Weber in neoromaanse stijl. In het ontwerp was eigenlijk een tweede toren voorzien maar die kon door geldgebrek niet worden gerealiseerd. Ernaast werd de pastorie gebouwd. Later (1972) werd de pastorie het gemeentehuis van Overasselt (het wapen prijkt nog aan de voorgevel) en nu wordt het particulier bewoond. Het huis tegenover de pastorie dateert ook uit die tijd. In samenhang met de financiële perikelen van de kerk had een kapitaalkrachtige parochiaan als voorwaarde voor een door hem verleende borgstelling bedongen dat hij op die plek een nieuw huis mocht bouwen.

04


De beeldengroep naast de kerk stelt Jezus voor die de hard werkende man en zijn gezin beschermt. Het is door de plaatselijke bevolking in 1943 aangeboden ter gelegenheid van het 40-jarig priesterjubileum van pastoor van Riel. Het ontwerp is van de Bossche beeldhouwer Henri Jonkers en bij de realisatie zijn lokale vaklieden ingeschakeld. Bij het monument is ook ruimte gemaakt voor een gedenkplaat voor de Indiëgangers uit Overasselt ten behoeve van “de behouden thuiskomst van onze jongens uit Indonesië”.

05


De Kerkhof-kapel (ook wel Calvarieberg genoemd) is in de periode 1925-1935 gerealiseerd in opdracht van pastoor van Riel. De kapel was bedoeld als laatste rustplaats voor pastoors en is tevens voorzien van een altaar ten behoeve van de Sacramentsprocessie. De aannemer die de kapel gebouwd heeft (Grad Willems) is er ook begraven. Daardoor werd de plek mogelijk te weinig exclusief voor latere pastoors , die allen kozen voor een laatste rustplek elders. De mooie haag om het kerkhof is erg oud en dateert nog van vóór de bouw van de kerk in 1891.

06


Tot de oudste boerderijen uit het dorp behoort de 18e-eeuwse Molenberg. De naam heeft niets te maken met de nabijgelegen molen omdat die later geplaatst is. Er zou een relatie kunnen zijn met de vroeger aanwezige ( door een paard voortbewogen) rosmolen. Het kan ook te maken hebben met de royale aanwezigheid van “mul” zand. Overasselt is deels op oude rivierduinen gebouwd. Vandaar de vele namen met -berg (Craeyenberg, Zilverberg, Donderberg, Kruisberg etc.). Bij archeologisch onderzoek voorafgaand aan de nieuwbouw in 1986 en 1988 zijn op de Craeyenberg sporen uit de late steen- en bronstijd, enkele Romeinse graven uit de 2e eeuw en resten van een ijzersmederij uit de 13e/14e eeuw aangetroffen.

07


De molen Zeldenrust werd in al 1736 in Geertruidenberg gebouwd en later verplaatst naar Raamsdonkveer. In 1890 kwam de (standerd)molen naar de Hoogstraat in Overasselt, op de plek waar nu het dorpsplein is. Tijdens een herfststorm in 1972 ontstond er veel schade en is hij op de huidige plek aan de Oudekleefsebaan opnieuw opgebouwd. De molen is iedere zaterdagmiddag in bedrijf en dan (of op afspraak) te bezoeken. Op het pleintje aan de nabijgelegen P v Kuppeveldstraat staan de bomenrijen in de vorm van molenwieken met in het midden een beeld van de lokale kunstenaar Wim Klabbers (“De Gehelmde”).

08


Boerderij Den Tempel was in de 17e eeuw al bekend als "den Tempelsehof" en daarvoor rond 1600 als het "Schimmelpenninckhuis" omdat de gelijknamige schout er toen huisde. Het huis heeft eeuwenlang gediend als veerhuis. De naam Tempel wordt wel in verband gebracht met de Tempeliers, een Middeleeuwse kloosterorde die pelgrims behulpzaam was op hun tocht naar de heilige plekken. De laatste veerman was Lambert Martens (bijnaam De Schoer dat zoiets als “donderwolk” betekent), die tot 1954 actief is geweest. Na de bouw van de brug bij Grave in 1929 werd het pontje "Op hoop van zegen" door hem ingeruild voor een roeiboot.

09


De vruchtbare klei in de uiterwaarden is goede landbouwgrond. Vroeger hadden veel boeren er een perceeltje weide- en hooiland. Nu zijn de percelen groter geworden en is er ook ruimte voor akkerbouw. Daarbij zijn veel van de beeldbepalende Maasheggen verdwenen. Gelukkig is er tegenwoordig weer veel aandacht voor en worden ze hier en daar weer aangeplant en gevlochten. Na de laatste dijkverbetering is ook óp de dijk een vogelvriendelijke haag teruggebracht. In de buurt van de grens met Nederasselt worden de uiterwaarden een stuk breder. Dat heeft te maken met de aanleg tegenover Grave van het verdedigingswerk de Coehoorn, waartoe prins Maurits na de inname van het stadje in 1602 opdracht gaf. De afgegraven oude dijk is nog wel zichtbaar. Buitendijks gelegen boerderijen zoals De Oude Dijk en De Zes Morgen zijn al lang geleden verdwenen. Het uiterwaardenterrein ten zuiden van de oude dijk heet Mevrouws Wei. Het perceel was vroeger eigendom van een adellijke familie en is vooral bekend geworden in het kader van de grote luchtlandingsoperatie Market Garden in september 1944. Alle zweefvliegtuigen (Horsagliders) die in de omgeving van Overasselt zijn geland, zijn vanaf Mevrouws Wei (soms na reparatie) weer opgehaald (“in de vlucht” aangehaakt met een elastische kabel!). De jeugd van Overasselt heeft dit van nabij kunnen volgen omdat de informatie over deze geheime operatie s’avonds in cafe v Lin “gelekt“ was door militairen.

10


De door de aanleg van de Coehoorn veroorzaakte extra bocht in de rivier leidde tot verzwakking van de dijk tussen Overasselt en Nederasselt. Daar vond op oudejaarsmorgen 1925 de laatste dijkdoorbraak plaats . Het gat was al gauw 125 meter breed en zorgde voor maandenlange grote overlast. Dijkdoorbraken vonden vroeger regelmatig plaats en diverse kolken of waaijen herinneren daar nog aan. Sinds 1925 zijn nieuwe overstromingen door alle verbeteringen in de waterbeheersing gelukkig uitgebleven. De ijzeren paaltjes in de omheining zijn nog restanten van de spoorrails die in de crisisjaren bij het werk aan de rivier gebruikt zijn voor zandtransport. Je vindt ze nog overal in het rivierengebied. In 1933 organiseerde burgermeester vd Vijver (zelf ook een fervent vlieger) een groot vliegfeest , waarvan de opbrengst voor de slachtoffers van de watersnood bestemd was.

11


De Oude Kleefsebaan zorgde al in de 16de eeuw voor de verbinding tussen Grave en Kleef. In Nederasselt gaat de naam over in Kleefse Veerstraat. Er staan nog enkele oude boerderijen: nr. 71 "De Waaij" uit het eind 18e eeuw met nog een klein deel van de vroegere waaij en ook nog een oud kweldijkje; nr. 59 "De Knip" uit 1770; de naam kwam spontaan op bij de laatste eigenaar na de vraag van zijn nieuwe buurman " hedde gij diejen knip gekocht?"; nr. 76 " De Zomp" uit 1768; ligt verscholen aan een oud binnenpad met het yogahuisje in het bijgebouw; de naam is "meegenomen" door de bewoners die eerder in een gelijknamige boerderij aan de Oostkant van het dorp woonden; nr. 53 “Mozes en Aaron" uit het eind van de 18e eeuw; de naamgeving is van de vorige eigenaar en dus van recente datum; de achteruitgang aan de wegkant komt vaker voor en is handig vanwege het vee; er staat net als bij de Knip nog een mooie authentieke waterput achter het huis. Ter plaatse van het huidige hoveniersbedrijf lag boerderij de Ewijksehof (zie beschrijving onder nr. 13).

12


Bijna alle paden en percelen hadden vroeger een oude naam. Een aantal daarvan zien we nog terug in de benaming van de huidige straten en buurtschappen. Zo loopt de Kruisbergsestraat (-berg is rivierduin) langs de voetbalvelden van de Passelegt (met hout begroeid laag gelegen weiland) en het Schappenveld ( schapenwei). Voorafgaand aan de nieuwbouw in 1998 hebben archeologen hier opmerkelijke ontdekkingen gedaan. De gevonden voorwerpen vanaf de late steentijd tot in de Middeleeuwen leverden de conclusie op dat met onderbreking van een periode in de late ijzertijd en de vroege middeleeuwen er sprake is geweest van een permanente nederzetting! Overasselt is dus al minstens 4000 jaar bewoond geweest!

13

Ten westen van het Schappeveld lag de Ewijksehof. Deze boerderij wordt al in 1545 genoemd in een verkoopakte en was eigendom van de zusterorde uit Graefenthal. De niet meer bestaande boerderij vormde het middelpunt van het buurtschap Ewijk dat al in een document uit 1318 wordt genoemd. Bij de verklaring van de naam kunnen we aansluiting zoeken bij de gelijknamige plaats aan de Waal ( Ewuic: E=water en wijk=inham of handelsplaats).

14

Toen er nog op Schoonenburg gekerkt werd, konden de kerkgangers gebruik maken van het oude Kerkpaadje tussen de weilanden aan de Ewijkseweg en de Rotsestraat. Oude bomen markeren nog steeds het pad. Op Rotsestraat nr. 6 staat de grondig verbouwde boerderij Het Roth uit eind 18e eeuw. De naam zou afgeleid zijn van " gerooid stuk grond op laag vochtig land". Verderop staat op nr. 2 de eveneens flink verbouwde boerderij De Schoonenburg uit begin 1800.

15


Het Kruisbeeld aan de Rotsestraat staat op de plek waar de katholieken uit Overasselt en Nederasselt ter kerke gingen nadat ze in 1609 hun eigen kerk aan de protestanten waren kwijtgeraakt. Eerst in een gewone schuur maar na een brand in 1720 in een nieuwe Schuurkerk en vanaf 1835 in een met overheidssteun gebouwde zgn. Waterstaatskerk. De Schoonenburgseweg heette destijds dan ook Kerkstraat. Bij het in gebruik nemen van de huidige kerk in 1891 is ook het kerkhof verplaatst.

16


Het buurtschap Schoonenburg was tot het einde van de 19e eeuw het centrum van het dorp. De naam is verbonden aan de havezaath die in de 17e eeuw onderdak bood aan de adellijke familie van der Mo(e)len die later verhuisde naar het kasteel Slimsijp of Klein Schoonenburg aan de Kasteelsestraat. Het oorspronkelijke Schoonenburg heeft dus gestaan in de huidige fruitboomgaard en is in de 19e eeuw volledig gesloopt. Na de Franse tijd werd in deze buurt ook het gemeentehuis gevestigd. Eerst in het uit 1768 daterende Borrenbos , dat ook een café, schoenmakerij en boerderijfunctie heeft gehad. Omdat een nieuwe drankwet het houden van raadsvergaderingen in een drinklokaal verbood, moest een nieuw onderkomen worden gezocht. Daarop is besloten om pal ernaast een nieuw gemeentehuis te bouwen dat in 1882 in gebruik is genomen. Een oude anekdote uit die tijd verhaalt over deze locatiekeuze: “Het schijnt dat men op klompen staande vanaf de grenzen van de gemeente naar het midden is gaan lopen en dat men elkaar tegen kwam op dit punt”! Nadat de gemeente in 1972 verhuisde naar de pastorie naast de kerk is het afgebroken. Destijds stonden er drie leilindes voor en die markeren de plek nog steeds. De nabij gelegen Johannahoeve uit het midden van de 18e eeuw had ook verschillende soorten nering waaronder een smederij en bevestigde daarmee het centrumkarakter van het buurtschap. Met de bouw van de nieuwe parochiekerk in 1891 is het centrum geleidelijk weer verplaatst naar de huidige locatie.

17


Ter herinnering aan de landing van parachutisten en zweefvliegtuigen tijdens operatie " Market Garden" is een monument geplaatst in het Overasseltse Broek bestaande uit drie in staal uitgevoerde parachutes. Het ontwerp is van de Overasseltse kunstenaars Leo Gerritsen en Henk van Hout.

18

Het Zwipperdonksestraatje wordt al genoemd in oude documenten uit de 17e eeuw. De veldweg ligt aan een stuk grond ( Swipperdonck) dat nog steeds voor het grootste deel met hout begroeid is. Het is niet duidelijk waar de naam vandaan komt. Wel weten we dat een donk een oude rivierduin is.

19


Bij de oversteek naar Gaasseltesedam is er goed zicht op boerderij de Gaasselt die er blijkens akten al in 1611 stond. De naam van deze boerderij, waarvan het voorhuis nog authentiek is, heeft mogelijk te maken met de aanwezigheid van veel slijk (“gaars”) in deze (natte) omgeving. De boerderij had nog een potstal. De populierenbossen in de directe omgeving waren vroeger griendakkers. De wilgentenen (of wissen) werden hier tot in de vorige eeuw gesneden en in putten gezet achter de enkele jaren terug afgebroken houten schuur (de Wissenschuur). Na het uitlopen in het voorjaar werden ze dan geschild en vanaf Den Tempel per boot naar de mandenfabriek gebracht.

20

De door de rivier afgezette klei heeft in het Overasseltse en Nederasseltse Broek gezorgd voor vruchtbare grond, die in gebruik kon worden genomen toen door de aanleg van aaneengesloten dijken in de Middeleeuwen de waterbeheersing beter werd. In de 13de eeuw begonnen de monniken deze werken al te organiseren. Op de plek waar de wetering de Kasteelsestraat kruist, stond in vroeger tijden al een Steenen Brug. De wegen in dit gebied liggen wat hoger dan het maaiveld en hadden van oudsher ook een waterregulerende damfunctie.

21


Op Kasteelsestraat nr. 12 stond kasteel Slimsijp of Klein Schoonenburg. Het was vroeger met grachten omgeven en tot het begin van de 19e eeuw bewoond geweest door de heren van Schoonenburg. Hiervoor is de huidige Hibmahoeve (genoemd naar Friese protestantse dames die de restauratie betaalden) in de plaats gekomen. Bij deze hoeve hoort een zgn. Vlaamse schuur met nog veel authentieke details. Vlakbij lag ook nog De Nagelhorst, een versterkte h ofstede die al in de 18e eeuw verloren is gegaan. Voor beide boerderijen geldt dat ze met de achterkant naar de weg gebouwd zijn.

© 2019 Erfgoedplatform Gemeente Heumen * AVG * Disclaimer