WANDELING #2 - GROENE ROUTE

22

De Laagstraat ligt langs een afwateringssloot en wat lager dan de 50 m zuidelijker parallel lopende Hoogstraat. De sloot maakte vroeger deel uit van de overloop- of restgeul die we tot de Maas zullen gaan volgen. Tussen Hoog- en Laagstraat lag vroeger de boerderij de Bakelaer, waarvan de landerijen in 1677 een flink deel van de huidige dorpskom omvatten. De huidige boerderij de Bakelaer aan de Hoogstraat is in dezelfde periode als de kerk en pastorie gebouwd (eind 19de eeuw).

23


Van de aan de Gartskampsestraat gelegen boerderij De Poel is bekend dat deze in de 15e eeuw deel uitmaakte van de lokale Benedictijner priorij en in die tijd volgens oude documenten een opvangtaak voor daklozen en hulpbehoevenden had: de aloude Charitas! De boerderij kwam net als de meeste andere boerderijen in het dorp later in adellijk bezit. De naam heeft te maken met de van oudsher wat natte omgeving.

24

De geschiedenis van de fundamenten van het Nederlands Hervormde Kerkje gaat terug naar de 10e eeuw.
Er is toen vanuit de Benedictijner priorij bij de St. Wallrickkapel een kerk in het dorp gebouwd op 1 van de hoogste rivierduintjes. In de 14e eeuw is er nog een koorgedeelte aangebouwd en in het westen bovendien een kloeke toren.

In 1609 kwam de kerk in gereformeerde handen en besloot de pastoor, Petrus van Aken, zich te bekeren en om te scholen tot dominee. Omdat de kleine gemeente maar weinig ruimte nodig had, is in 1710 alles behalve het koor weer afgebroken, nadat het gebouw door de Fransen al grotendeels verwoest was. Op een tekening uit 1732 is het kerkje al in de huidige vorm afgebeeld. Mogelijk heeft aan de oostzijde van het kerkje nog een kasteel gestaan. Op de kadasterkaart uit 1820 zijn nog de contouren van een slotgracht zichtbaar! Recent is echter in een oude akte voor deze plek een verwijzing naar het huis van de aan de kerk verbonden prior aangetroffen.
Op de kaart zien we ook dat een klein voetpaadje voor de verbinding zorgde tussen de nog bestaande veldweg (Duisterstraatje) en het kerkterrein: dit naar een kleine miersoort genoemde Zijkmeikepaadje is inmiddels in de akker opgegaan. Het gebied langs de sloot heeft (net als vroeger) weer een overloopfunctie gekregen in tijden van extreme neerslag.

25


Op dezelfde kaart uit 1820 heeft aan de overkant van de Valkstraat ook het zgn. Schoolhuys een plekje gekregen. Hier werd in vroeger tijden les gegeven totdat in 1881 een nieuwe school gebouwd werd aan de andere kant van het dorp (de Wissel). Het Pakhuus lag vroeger tegenover het kerkje, op de hoek van de Valkstraat en de Koningin Julianastraat. Het heeft diverse gemeenschapsfuncties gehad: boerenbond, eiermijn , bewaarschool en op de eerste verdieping een ruimte voor muziek en toneel.

26


Op oude kaarten komen we nog de inmiddels verdwenen boerderijen Grote en Kleine Zomp tegen. Deze hebben plaatsgemaakt voor een landgoed waarmee niet alleen de oude naam maar ook veel van de oude natuur is teruggebracht: Zo is de overloopgeul uit de periode van vóór de dijkaanleg hersteld en is een essen-elzenbos aangebracht. Sporen van dassen kom je tegenwoordig op veel plaatsen tegen maar de aanwezigheid hier van de bomenvellende bever is wel bijzonder. Het huis bestaande uit drie wooneenheden is gebouwd op een terp en ervoor ligt een karakteristieke hoogstamfruitboomgaard.

27

Vanaf de dijk is er een goed zicht op de ontwikkeling van de oevers van de Maas. Deze zijn enkele jaren terug van hun stenen beschoeiing ontdaan. Er zijn nu volop kansen voor zandstrandjes en "oude" flora en fauna waaronder oeverzwaluwen, ijsvogels en libellen.

Bulenbos
Het landgoed strekt zich uit over een perceel dat van oudsher Bulenbos wordt genoemd. Buul heeft meerdere betekenissen. Waarschijnlijk wordt hier verwezen naar het woord bult. De Bulenbos wordt al vermeld in een akte van 1547. Eigenaar was Arnt Pieck, heer van Sleeburg Pieck. Halverwege de 17e eeuw wordt de Sleeburg met de Bulenbos verkocht aan Johan van der Moelen en zijn vrouw Mechtelt van Randwijck.
Later hoort dit perceel bij boerderij de Worsumse Hof. Oorspronkelijk zal het een bos geweest zijn. Begin 1700 is het perceel bouwland waar eikenbomen omheen staan.

28

Vlak voor het punt waar de afstand tussen dijk en Maas flink groter wordt ligt in de uiterwaarden een perceel dat van oudsher Schenskens wordt genoemd. De naam heeft te maken met de verdedigingswerken die hier als onderdeel van de zgn. Circumvallatielinie ooit hebben gelegen. Dit was een kilometers lange, aarden verdedigingslinie rond de stad Grave, die Prins Maurits tijdens het beleg van deze stad in 1602 heeft laten bouwen. De uiterwaarden ten oosten van de Schenskens hebben als naam: Bovenste en Benedenste Polder. Naast de Bovenste Polder, ter hoogte van de eerste kolk van de Erpewaai, is onlangs de plek van het laatste redoute (of ‘corps de garde’) van deze linie gevonden. Wat meer noordelijk ligt een perceel dat Udens Fort genoemd wordt en daar heeft de naamgeving ook te maken met de oude verdedigingslinie.

Vroeger waren hier duikers geplaatst waarmee het water werd gereguleerd. Tot in de jaren 50 werd hier elke winter geschaatst. Het meest waarschijnlijk is dat de monniken hier al in vroege tijden de landwinning hebben georganiseerd en er bij de bouw van het Kasteel of Huys Heumen in de 12e eeuw gebruik is gemaakt van deze brede Uiterwaarden. Van dit kasteel zijn na de sloop in 1790 alleen de contouren van het fundament in de uiterwaarden pal ten oosten van de brug nog zichtbaar.

  • 2020: Vier eeuwen oude verdediging dankzij droogte even zichtbaar , Lees hier het artikel uit de Gelderlander.

29

Erpewaai
Het wilde water van de rivier heeft naast ellende ook mooie natuur opgeleverd. De vier kolken bieden al eeuwen een onderkomen aan velerlei vogelsoorten. Het buurtschap heet dan ook geheel terecht Vogelzang. De kolken zijn ook gebruikt voor de kleiwinning.
De Erpewaai vormt samen met de Spanjaard, Kromwaai en Steenkamp de Heumense kolken. De vier plassen zijn ontstaan in 1820 als gevolg van een dijkdoorbraak. Het zo ontstane natuurgebied is belangrijk uit het oogpunt van natuur en recreatie. Het gebied ontvangt zijn water door kwel. Een kweldam omgeeft het gebied om het kwelwater vast te houden.
De oorsprong van de naam waai (kolk, wiel) verwijst naar deze dijkdoorbraak. De betekenis van het voorvoegsel erp is onbekend.

30

De buurtschap Worsum wordt wel beschouwd als de oudste kern van de regio. Op de grote rivierduinen zijn overblijfselen uit de late Steentijd gevonden. Het woord Worsum is uit het Keltisch te herleiden: wor=hoog in rang en sum=vestigingsplaats. Het zal dus wel ooit de woonplek van de hoofdman zijn geweest. Het initiatief tot systematische ontginning is genomen door de monniken van St. Wallrick die zich in de 10e eeuw als eerste kloosterorde in het vennengebied gevestigd hebben. De naam komt vanaf de 14e eeuw regelmatig in aktes voorbij, waarbij de relatie met de monniken bevestigd wordt. Het historische karakter van het buurtschap vinden we nog steeds terug in de aanwezigheid van enkele oude boerderijen aan de Worsumseweg: op nr.14 zien we De Stalburgse Kamp of Stapperskamp uit eind 18e begin 19e eeuw; op de boerderij wordt nu de enige wijngaard van Overasselt geëxploiteerd. Op nr.8 staat de Bloemers Hof genoemd naar de oudst bekende eigenaar (Johan Bloemaert, in de 17de eeuw advocaat te Grave) Op nr. 6 zien we de Hoge Hof (17de eeuw), gelegen op een verhoging. Huisnummer 1, de Worsumse Hof, maakte vermoedelijk al in de 15e eeuw deel uit van het bezit van het klooster van Graefenthal maar wordt pas eind 17e eeuw voor het eerst in een akte genoemd; er was ook vroeger al sprake van een boerderij met schuren, bakhuis en varkenskot.

31

Boerderij De Heegt aan de Heegtseveldweg is nu een bouwval maar was vroeger omgeven door visrijke wateren en een grote haag ("Heeg"). Vanaf 1453 wordt de hoeve regelmatig in akten van adellijke families genoemd. De deels nog bestaande laan van het herengoed liep vroeger helemaal in oostelijke richting tot de Valkstraat. Het Heegtse Meer en de omliggende percelen hoorden bij boerderij De Heegt. Mogelijk was de nu nog aanwezige sloot in het verleden een deel van de gracht rond de boerderij. Bij de boerderij hoorde een Schaapskooi ( nr.2) die nu nog bewoond wordt.

32

Het hele buitengebied van Overasselt is royaal voorzien van afwateringssloten. Een heel belangrijke is al vele eeuwen de wetering, die van de grens met Heumen helemaal naar het gemaal in Balgoy loopt. Deze waterloop is onlangs voorzien van een wandelpad en geschikt gemaakt als ecologische verbindingszone. De Maas heeft zich vroeger door het gebied gevlochten en reliëf in het landschap aangebracht. Dat zie je heel goed langs de wetering vanwaar uit je uit de zuidelijke richting tegen oud stuifduinenlandschap van het vennengebied aan kijkt. Maar het wordt ook duidelijk uit de oude perceelsnamen in de directe omgeving: De Riet, Heegtse Meeren, De Mars (moeras), De Klef (klif/helling), De Kromakkers.

De Mars
De veldnaam Mars is gangbaar voor laaggelegen natte grond. Vergelijk met het Engelse marsh (moeras) , het Duitse Marsch en het Limburgse meer, meers of meersch. De Mars is een gebied aan de Worsumseweg gelegen tussen de poldersloot bij De Heegt en de zandduinen aan de Valkstraat. De naam wordt al genoemd in 1568 in verband met een twist tussen het klooster Graefenthal en de eigenaar van De Heegt . De naam Mars werd in 1724 ook gebruikt voor een huis op het huidige adres Worsumseweg 3.

33

De bediening van de duiker op de hoogte van het Kievitsdijkje kent een eeuwenlange traditie van ruzies over waterafvoer tussen "die uit Heumen en die uit Overasselt". Zie ook het bijgevoegde artikel van Cees Elsten uit het ledenblad van Heemkunde Malden.
In 1816 als Johan Hendrik graaf van Rechteren heemraad is stelt hij een andere koers voor; daarmee is hij zijn tijd ver vooruit.
Aan het einde van het dijkje kun je nog de Kievitshof zien liggen, een (herbouwde) boerderij uit 1783. Ten oosten hiervan is de Joannesmolen zichtbaar, een korenmolen uit 1894. Meer westelijk op de kruising met de Donderbergweg ligt De Huifkar, die vroeger populair was als pleisterplaats voor reizigers. Er wordt verteld dat dorstige reizigers die hier langs kwamen, met een pul bier uit een ton mochten scheppen wanneer er bier was gebrouwen. De Donderbergweg zou de naam danken aan de bovengemiddelde kans op donder en bliksem in dit gebied.

34

Het pad langs de wetering loopt ten noorden van het vroegere Eikelaarsbos dat tegenwoordig meer bekend is als het OJOBOS. Hier houdt de Overasseltse Jongeren Organisatie elk jaar haar vakantieweek voor de jeugd; in 2018 al voor de 65e keer. Vanaf het pad is er een goed zicht op de noordelijk gelegen Loksheuvel. Dit gebouw uit de 17e eeuw heeft in het recente verleden een flinke renovatie ondergaan en fungeert nu als Bed and Breakfast. De naam Loksheuvel duidt op ingesloten of afgesloten stuk.

Rond 1700 wordt de boerderij en de 4 morgen (ca. 3,5 hectare) van het “Loksheuvelse Bouwveld” voor 640 gulden verkocht aan Egbert Alexander Rengers en zijn vrouw Sophia van der Moelen. Zij zijn de heer en vrouwe van Sleeburg.

35

In de benaming van de Hamelbergstraat zit de verwijzing naar een gecastreerd ram, die vroeger hamel werd genoemd. Ook boerderij de Hamelberg op nr. 3 beschikt over een gastenverblijf. Ten oosten van de Hamelbergstraat ligt de Munnikhof. Men gaat ervan uit dat dit de oudste boerderij van Overasselt is. De boerderij is gesticht door de Cistercienzerinnen van Graefenthal (aan de zuidrand van het Rijkswoud) en de eerste vermelding dateert uit het midden van de 14e eeuw. Deze zusterorde had in Overasselt veel grond en tenminste nog twee andere boerderijen: de Heidsche Hof en de Ewijksche Hof. In 1550 kreeg het klooster ook te maken met het beheer van de goederen van de Benedictijner Priorij Sint Wallrick die als eerste kloosterorde in Overasselt was neergestreken. In die periode was Sophia van Wachtendonk abdis van het klooster. Op de hoek Hamelbergstraat Sleeburgseweg stond een molen die in 1890 is afgebrand en niet meer is opgebouwd.

36

Alleen de slotgracht herinnert nu nog aan de plek waar vroeger het kasteel Sleeburg gestaan heeft. Er zijn verhalen dat hier al in de vroegere Middeleeuwen een houten (motte)kasteel stond. In de documenten komen we echter pas in de 15e eeuw de eerste heer van Sleeburg tegen: Arnt Piek van Sleeburg. Via huwelijk en vererving komt het in handen van de adellijke familie van der Molen. Bij de openbare veiling van het adellijke bezit in 1852 is er van het voormalige kasteel al niets meer over dan een door een slotgracht omgeven fruitboomgaard!

Steenovenkamp
De veldnamen Steenkamp , Steenoven en Steenovenkamp zijn algemeen gebruikt. In Overasselt en omgeving kennen we De Steenkamp op Schoonenburg en de uiterwaard bij het vroegere kasteel Heumen.
De Steenovenkamp ligt hier aan de Kasteelsestraat en Sleeburgsestraat.
De betreffende percelen hebben deze naam gekregen omdat hier klei is gewonnen voor het bakken van metselstenen. Er zal hier ook een veldoven zijn geweest. Voor welk bouwwerk zijn de stenen gebruikt? Het antwoord moeten we zoeken in de naaste omgeving. Hier stonden enkele historische gebouwen: De Sleeburg aan de Sleeburgsestraat en aan de Kasteelsestraat het kasteel van Overasselt (Hibma Hoeve) en De Nagelhorst.

37


In het najaar 2017 en het voorjaar 2018 hebben archeologen voorafgaand aan nieuwbouw op het bedrijventerrein bij de Buurderij gelegenheid gehad om onderzoek te doen. Bij de aangetroffen voorwerpen zat o.m. een bijzondere vuurstenen bijl van 22 CM lang en ca. 4500 jaar oud. Vastgesteld is dat er vroeger een Maasgeul tot voorbij het terrein liep en dat het aangrenzend zandduin al vroeg gebruikt is voor menselijke bewoning. Er zijn restanten aangetroffen van een boerderij met graanopslagplaats (een “Spijker”) en daaruit is afgeleid dat in de 3e en 4e eeuw zelfs sprake is geweest van langdurige permanente bewoning.

38


Bij de Buurderij staat een karnhuisje. Deze huisjes werden vroeger vaak bij boerderijen aangetroffen. Tot 1750 zorgden werklui voor de aandrijving , daarna werden hiervoor dieren ingezet. Even verderop in zuidwestelijke richting staat aan de Schoonenburgseweg nr. 19 ook een boerderij met een karnhuisje. Deze onlangs gerenoveerde boerderij uit de 17de eeuw wordt Het Duifhuys genoemd. De naam stamt uit de tijd dat het houden van de voor de boer schadelijke duiven nog een privilege was.

© 2021 Erfgoedplatform Gemeente Heumen * AVG * Disclaimer